Vinos la bodega - Twitter Vinos la bodega - Facebook
Bestellen via de website is op dit moment niet mogelijk. Bestellen? mail ons: [email protected]

Begin van de wijnbouw

Vanaf 8500 jaar voor het begin van onze jaartelling.

De Europese wijndruif groeit in primitieve vorm in Georgië en Armenië. De druif klimt tot hoog in de bomen en geeft een grote hoeveelheid kleine blauwe trosjes.
In deze Neolithische periode gaan de als nomade levende volkeren zich geleidelijk vestigen in nederzettingen in onder andere Armenië en Iran. Tijdens deze stabielere samenleving vindt de cultivatie van de druif zijn toepassing plaats.
Vondsten gedaan in noordelijk Iran van wijnkruiken met een inhoud van 9 liter, tonen het maken van wijn aan.


6000 jaar oude wijnvaten en wijnpers gevonden in Armenië



Vanaf 4000 jaar voor het begin van onze jaartelling

De wijnranken worden onder andere naar Egypte gebracht.



 
Er ontstond een bloeiende wijnindustrie en handel in de Nijl delta tussen Egypte en Palestina, omvattend het moderne Israël, Gaza en Jordanië.
Taferelen van wijn maken en wijnkruiken in de Egyptische graftombes laten ons het belang van de wijn zien bij Farao's vanaf de vroege Dynastieke periode.
Mesopotamië, het twee stromenland van de rivieren Euphraat en Tigris, kende eveneens een vroege wijncultuur.



 
Gevonden tableaus met spijkerschrift vertellen ons dat er in 3.089 voor het begin van onze jaartelling reeds een wijngodin werd vereerd.


Vanaf 2000 jaar voor het begin van onze jaartelling

Uit overleveringen weten we dat Palestina en Libanon goede wijnlanden waren. Men kende er een bittere dorstlessende wijn van vroeg geplukte druiven. Deze wijn werd met water vermengd gedronken. Wijn en wijnranken veroverden geleidelijk aan Griekenland.
De Grieken en de Feniciërs hebben waarschijnlijk de eerste wijngaarden in Noord Afrika, Andalusië, de Provence, Sicilië en het Italiaanse vaste land aangelegd.
 


 
In het huidige Toscane en Lazio waren het de Etrusken die de wijnbouw brachten.
De Griekse wijnen stonden bij dichters en schrijvers in hoog aanzien.


Vanaf 1000 jaar voor het begin van onze jaartelling

De wijnstok doet zijn intrede in Spanje, Portugal en het zuiden van Frankrijk. Geleidelijk aan neemt in Italië naast de verbouw van graan de aanplant van druivenstokken een grote vlucht. Het land verdringt de Grieken als belangrijkste wijnleverancier.


Vanaf het begin van onze jaartelling tot 500

De Romeinen stichten vele handelscentra in de rivierdalen van de veroverde gebieden. In eerste instantie werd wijn meegenomen door de Romeinen, maar al spoedig werden meegebrachte wijnstokken aangeplant en ontstonden de nu nog steeds bekende wijngebieden.


Tussen 500 en 1000




Met de val van het Romeinse Rijk brak de periode van vroege, donkere Middeleeuwen aan. Vele wijngaarden gingen verloren of raakte in verval.
De kerk leerde de geheimen van het wijnvak en begon geleidelijk aan oude wijngaarden een nieuw leven in te blazen en nieuwe wijnstreken te ontwikkelen. Uit erfenissen en schenkingen verkreeg de geestelijkheid meer en meer goede wijnpercelen. Zo bleef wijn en wijnbouw bewaard voor het nageslacht, niet als symbool voor het bloed van Christus, maar ook om de dorst te lessen en troost te vinden.
Vooral onder het bewind van Keizer Karel de Grote (rond 800) bloeiden kloostergemeenschappen op en ontwikkelden goede methoden voor de verzorging van wijnstokken en wijn.


Tussen 1000 en 1700




De Benedictijner monniken brachten vele wijngebieden tot grote bloei, maar minstens zo bekend is hun enorme wijngebruik. Dit was een van de ordeleden Saint-Bernardus een doorn in het oog en hij scheidde zich in 1112 af van Benedictijnen en stichtte de orde der Cisterciënzers. De orde was van meet af aan succesvol en bouwde over geheel Europa schitterende kloosters en creëerde beroemde wijngaarden zoals Clos de Vougeot in de Bourgogne en die van Steinberg in de Rheingau.
De grote uitzondering op de dominantie van de kerk was Bordeaux. Door een huwelijk werd het hertogdom Aquitanië van 1153 tot 1455, dat het grootste gedeelte van West Frankrijk omvatte, verbonden met de Engelse kroon. De Engelsen waren de grootste afnemers van de met lichte rode wijn afgevulde okshoofden uit dit omvangrijke gebied.


Tussen 1700 en 1900

In de 18de en 19de eeuw zien we, stukje bij beetje, de kwaliteit de overhand nemen. Tot dan toe zat de wijn alleen op fust en werd vanaf het vat gedronken. Hoe verder het fust leeg raakte, hoe minder de kwaliteit van de wijn. In deze tijd werden flessen door nieuwe industriële technieken sterker en goedkoper, tevens deed de kurk opnieuw zijn intrede. De wijnbereiding en een gedeelte van de lagering had plaats op fust, daarna liet men de wijn rijpen op fles, waardoor de wijn aan kwaliteit won. Geleidelijk is onze huidige wijn ontstaan.
In de tweede helft van de 19de eeuw kregen de Europese wijngaarden met ziekten te maken. Eerst grijze rotting, maar echt rampzalig was de Phylloxera vastatrix of druifluis. Hierbij werden de wortels van de wijnstok aangevreten.
Deze uit Amerika afkomstige luis vernietigde in korte tijd vele wijngebieden (waaronder heel Frankrijk).
De oplossing van deze ware plaag werd gevonden in het enten van de bekende wijnstokken op Amerikaanse onderstammen. Deze bleken bestand (resistent) tegen de Phylloxera.
Het herstel van de wijngebieden heeft, mede onder invloed van de slechte economie en twee wereldoorlogen, lang geduurd.


Vanaf 1900

In de 20ste eeuw hebben wijn en wijnbouw een flinke groei doorgemaakt. Denk alleen maar aan de veranderende technieken op wijnmakers gebied. Daarnaast al de nieuwe wijnlanden die sinds enkele decennia hun intrede doen.
Te midden van al deze ontwikkelingen moeten wij als wijnliefhebber een behoorlijke kennis bezitten om ons staande te houden in de 21ste eeuw.



•  Begin van wijnbouw  •  Wijnbouw in Spanje   •